Veneca in cijfers
(Bron: Jaarverslag Veneca 2009)
Zoals verwacht was het jaar 2009 ook voor de contractcatering een zwaar jaar. Niet alleen de verder gestegen grondstofprijzen (2% in 2009 (Schattingen van FSIN 2010)) spelen parten, ook de wereldwijde crisis heeft zijn effect op de contractcatering. Voor het eerst in de geschiedenis van de vereniging is er sprake van omzetdaling. Met een (afgerond) omzetresultaat van een kleine 1,2 miljard euro is het verlies beperkt gebleven. Hieruit blijkt dat de Veneca-leden adequaat hebben gereageerd op de signalen. De markt had al langer signalen afgegeven dat ook in de contractcatering bezuinigd zou gaan worden. In 2008 begon de kentering in de markt zichtbaar te worden, hoewel in de cateringbranche toen nog een kleine groei mogelijk bleek. Sommige bedrijven moesten in 2009 deeltijdontslag aanvragen. Andere bedrijven moesten flink de broekriem aanhalen en dat werd ook merkbaar op de cateringdiensten. Prijzen zijn onder druk komen te staan en sommige bedrijven besloten om te stoppen met uitbesteding. De leden hebben hierop goed ingespeeld door met alternatieve proposities te komen en bezuinigingsvoorstellen te doen. Dit bleek mogelijk met behoud van kwaliteit en goede dienstverlening. Opmerkelijk is dat, ondanks de crisis en de daling in omzet, de inzet op biologisch en verduurzaming onverminderd is doorgezet. (Zie ook elders in dit jaarbericht). De effecten van de crisis zijn terug te zien in de cijfers.
Omzet (x € 1.000)
|
|
2008 |
2009 |
groei % |
|
bedrijfscatering* |
1.049.777 |
999.959 |
-5 |
|
onderwijs |
76.255 |
85.263 |
12 |
|
institutioneel |
101.884 |
91.754 |
-10 |
|
totaal |
1.227.916 |
1.176.976 |
-4 |
* inclusief Inflight
De groei die gerealiseerd is in de onderwijssector wordt gecompenseerd door het verlies in de institutionele sector. In het hele cateringkanaal zou een omzetdaling zijn van 6% volgens FSIN (jaarrapport 2010). De Veneca-leden steken hier in positieve zin van af, door een krimp van slechts 4%. Bekijken we een grotere tijdspanne, dan zien we dat de contractcatering terug is op het niveau van 2007.
Aantal opdrachtgevers
|
|
2008 |
2009 |
groei % |
|
bedrijfscatering |
2.051 |
2.006 |
-2,2 |
|
onderwijs |
102 |
94 |
-7,8 |
|
institutioneel |
103 |
91 |
-11,7 |
|
totaal |
2.256 |
2.191 |
-2,9 |
Aantal locaties
|
|
2008 |
2009 |
groei% |
|
bedrijfscatering |
3.604 |
3.437 |
-4,6 |
|
onderwijs |
297 |
306 |
3,0 |
|
institutioneel |
323 |
364 |
12,7 |
|
totaal |
4.224 |
4.107 |
-2,8 |
Het totaal aantal opdrachtgevers is wel gedaald, maar minder dan de omzet. Uit de cijfers is af te leiden dat enkele bedrijven weer inbesteden, maar ook dat bedrijven inderdaad inzetten op zuiniger contracten dan voorheen. Vooral in de bedrijfscatering is dit effect goed waar te nemen. In het onderwijs wordt met minder opdrachtgevers meer omzet gerealiseerd. Dit zou te verklaren kunnen zijn uit het feit dat onderwijscontracten veelal volledig commercieel zijn en de cateraars daardoor flexibeler kunnen inspelen op veranderingen. In de bedrijfscatering komen nog steeds open boek contracten voor, waardoor flexibiliteit en inventiviteit minder gemakkelijk is.
De terugloop in aantallen locaties is op het totaal vrijwel gelijk aan het aantal opdrachtgevers. Bij bedrijfscatering zijn het aantal locaties sterker teruggelopen. Hoewel bij het onderwijs minder opdrachtgevers zijn, is het aantal locaties wel toegenomen. Hetzelfde kan gezegd worden over institutioneel.
Kijken we naar de verschillende opdrachtgevers, kunnen we het volgende vaststellen.
Verdeling bedrijfscatering
|
bedrijfsleven |
79% |
|
overheid |
21% |
Verdeling onderwijscatering
|
wo |
12% |
|
hbo |
30% |
|
mbo |
34% |
|
havo/vwo |
15% |
|
vmbo |
5% |
|
overig |
3% |
Verdeling institutioneel
|
justitionele inrichtingen |
15% |
|
gezondheidszorg kort |
10% |
|
gezondheidszorg lang |
45% |
|
gezondheidszorg anders |
29% |
Deze verhoudingen zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren.
Contractwisselingen
Contractwisselingen komen dagelijks voor. In 2009 wisselden opnieuw ongeveer 300 contracten van eigenaar. Een tal hiervan gingen terug naar inbestede catering. Dat wil zeggen de opdrachtgever nam de catering weer zelf ter hand.
Aard contract
De trend naar meer volledig commerciële contracten – dat wil zeggen zonder subsidiëring vanuit de opdrachtgever op de prijsstelling – neemt toe. Het meest duidelijk is dit te zien in de sector onderwijs. Het open boek contract is al een aantal jaren ver in de minderheid en deze trend zet zich vooral in onderwijs en institutioneel door in 2009.
Aard contract in procenten
|
|
Bedrijfscatering |
Onderwijs |
Institutioneel |
|||
|
|
2008 |
2009 |
2008 |
2009 |
2008 |
2009 |
|
open boek |
19 |
20 |
26 |
16 |
20 |
16 |
|
aanneemsom |
47 |
47 |
16 |
17 |
20 |
18 |
|
combi aanneemsom/open boek |
33 |
32 |
7 |
12 |
47 |
38 |
|
volledig commercieel |
1 |
2 |
51 |
55 |
13 |
27 |
Personele opbouw
De branche is een vrouwvriendelijke branche en besteedt veel aandacht aan speciale doelgroepen. De verdeling vrouwen-mannen laat duidelijk een trendbreuk zien. Was de verhouding altijd ongeveer 74-26%, dit jaar is dit 70-30% De aantallen mensen uit speciale doelgroepen is moeilijk aan te geven, omdat vanwege privacyregels deze niet gemakkelijk te inventariseren zijn. Bekend is dat Wajongers of van oorsprong niet-Nederlanders en andere groeperingen steeds meer hun weg naar de contractcatering weten te vinden. Ondanks de crisis is de terugloop beperkt gebleven en hebben de werkgevers overal geprobeerd om de werkgelegenheid zoveel mogelijk te behouden.
Het aantal mannen en vrouwen werkzaam in de branche is als volgt verdeeld:
Aantal medewerkers totaal
|
|
2008 |
2009 |
groei % |
|
vrouwen |
13.750 |
12.992 |
-5,5 |
|
mannen |
3.582 |
3.849 |
7,5 |
|
totaal |
17.332 |
16.841 |
-2,8 |
Ondanks de crisis en de terugloop in omzet heeft de branche de werkgelegenheid goed op peil weten te houden. De branche vindt het dan ook belangrijk om sociaal werkgeverschap te laten zien en toont dat zij dit serieus neemt, ook in minder makkelijke tijden.
Leeftijdopbouw
Niet alleen kenmerkt de branche zich door vrouwvriendelijkheid. Ook de leeftijd van de medewerkers in de branche ligt gemiddeld een stuk hoger dan in andere branches. De trend naar meer oudere werknemers blijft zich gestaag doorzetten.
Leeftijdopbouw
|
|
2008 |
2009 |
|
21 - 40 jaar |
32% |
31% |
|
40 - 65 jaar |
68% |
69% |
Dienstverband
Bekend is dat de branche veel medewerkers werk biedt op basis van deeltijdcontracten. Juist deze mogelijkheid maakt de branche aantrekkelijk voor veel vrouwen. Bijna 80% werkt in deeltijdverband.
Dienstverband
|
|
2008 |
2009 |
|
voltijd |
23% |
21% |
|
31-39 uur |
24% |
24% |
|
> 30 uur |
54% |
55% |